Schrijfsels over wat me aan het denken zet

Een paar maanden geleden schreef een oude kennis op facebook dat het niet normaal is dat we in Nederland homoseksualiteit accepteren en zeker niet dat we hier ook nog aandacht aan besteden op bijzondere dagen, zoals Paarse Vrijdag. Nederland moest wakker worden en dit soort wegen niet willen inslaan.

Nu ben ik op zich wel wat gewend hoor. Als je opgroeit in een reformatorische omgeving en lesbisch bent, is dat nu eenmaal een ding. Het bericht liet mij vooral nadenken over de vrijheid van meningsuiting. Die vrijheid vinden we allemaal belangrijk, zelfs als de mening die geuit wordt wat aan de extreme kant is. Maar een mening kan ook kwetsend zijn. Zeker via internet worden er nogal wat meningen geuit, die lang niet altijd even vriendelijk zijn. Dat roept bij mij de vraag op: tot hoever vinden we de vrijheid van meningsuiting eigenlijk acceptabel?

Om het beantwoorden van deze vraag wat makkelijker te maken heb ik een indeling gemaakt van meningsuitingen. Ik ben gekomen tot vijf categorieën.

  1. Je mening uiten in je handelen

Ik ben van mening dat het beter is om wat minder vlees te eten, want de vleesindustrie heeft een negatieve invloed op het milieu. Om die reden heb ik een eetwissel doorgevoerd en ben ik overgestapt van een stukje vlees naar iets vegetarisch als toevoeging aan mijn aardappelen en groente. Die mening hoef ik aan niemand te vertellen. Ik uit deze mening puur en alleen door die vegetarische burgers in mijn winkelmandje te leggen en het stukje vlees te laten liggen. Stel jij bent van mening dat het niet goed is een homoseksuele relatie aan te gaan, dan betekent dat niets meer dan dat jijzelf die relatie niet zou aangaan.

  1. Je mening uiten in woorden (en handelen)

Met deze blog heb ik mijn mening over vlees eten niet meer voor mezelf gehouden, maar heb ik deze ook geuit in woorden. Een mening uiten in woorden hoeft natuurlijk niet per se op papier, maar kan ook op dat verjaardagsfeestje of bij de koffieautomaat. Meningen in deze categorie hebben alleen betrekking op jezelf. Ik verwacht niet dat jij ook minder vlees gaat eten. Ik heb bijvoorbeeld een aantal vrienden en familieleden die zelf nooit een homoseksuele relatie zouden aangaan, omdat ze daar niet achter staan. Maar zij betrekken dat enkel op zichzelf en oordelen er niet over dat ik zelf die relatie wel zou willen aangaan.

  1. Een ander van jouw mening overtuigen

In deze categorie betrek je je mening niet meer enkel op jezelf. Je probeert de ander ervan te overtuigen dat hij jouw mening ook moet hebben. Ik vertel dus niet alleen dat ik minder vlees eet en waarom, maar laat ook doorschemeren dat ik eigenlijk vind dat anderen ook minder vlees moeten gaan eten. In het geval van homoseksualiteit ga je zover dat je vind dat een ander ook geen relatie mag aangaan. Maar je bent je ervan bewust dat anderen een andere mening kunnen hebben en kunt daar nog wel respect voor opbrengen.

  1. Je mening als absolute waarheid uiten

In deze categorie zie je jouw mening als de absolute waarheid. Er is geen ruimte meer voor een andere mening, want hoe jij erover denkt is de enige juiste manier om erover te denken. Dat maakt dat je ook oordeelt over die ander. Die ander mist iets, ziet iets niet wat voor jou zo duidelijk is. In dit geval zou ik oordelen over iedereen die maar maximaal vlees blijft consumeren. Ik zou die personen op een bepaalde manier een slechter mens vinden dan ikzelf. De geuite mening op facebook over homoseksualiteit valt in deze categorie. Als je zegt dat het niet normaal is dat mensen homoseksualiteit accepteren, is jouw mening blijkbaar de norm. En als Nederland wakker moet worden om dit te zien, is dat omdat zij iets missen dat zo duidelijk is, dat als je dat niet ziet, je waarschijnlijk slaapt.

  1. Met dwang je mening opleggen aan anderen

In deze categorie gaat het eigenlijk al verder dan het uiten van een mening. Je uit niet alleen je mening als absolute waarheid, maar gaat anderen ook dwingen dezelfde mening te hebben. Dat klinkt extreem, maar doet zich ook op subtielere wijze voor. Zo zijn er bijvoorbeeld geloofsgemeenschappen waar de overtuiging van de leiders een absolute waarheid is en mensen hooguit binnen die kaders nog zelf hoeven na te denken. Misschien was de Nashville-verklaring, die vorig jaar voor nogal wat ophef zorgde, hier ook wel een voorbeeld van.

 

Mijn mening over meningsuiting

Met deze categorieën als basis kan ik voor mezelf wel een mening vormen over de vrijheid van meningsuiting. Respect vormt daarbij voor mij de sleutel. Zolang er respect is, is een mening wat mij betreft geaccepteerd. Meningsuitingen in de eerste twee categorieën hebben alleen betrekking op de eigen persoon en zijn allemaal respectvol. De wereld zou een veel mooiere plek zijn als we wat minder zouden vinden dat een ander hetzelfde moet vinden als wij. Vanaf categorie 4 valt respect voor andersdenkenden weg. Vanaf dat punt gaat de meningsuiting mij te ver.

De discussie valt dus te voeren over categorie 3. Respect voor andersdenkenden is daar nog wel aanwezig. Toch merk ik dat hier nog een onderscheid gemaakt moet worden in het onderwerp van de meningsuiting.

Ik heb steeds twee voorbeelden aangehaald: een mening over vlees eten en een mening over homoseksualiteit. Vegetarisch eten is een vrije keuze, die (vrijwel) ieder mens volledig zelf kan maken. Daarmee bedoel ik dat er in principe geen reden is waarom iemand beperkt wordt in de keuze om wel of niet vegetarisch te eten. Als iemand van mening is dat iedereen vegetarisch zou moeten eten, vind ik dat geaccepteerd (al ben ik het er niet mee eens). Pas als dit een absolute waarheid wordt en diegene mij veroordeelt omdat ik vlees blijf eten, vind ik het niet meer acceptabel. Maar dan zitten we al in categorie 4.

Het voorbeeld van homoseksualiteit is anders. Dat is namelijk niet een vrije keuze, maar iets wat je nu eenmaal hebt, een stukje identiteit. Lesbisch zijn is meer dan op vrouwen vallen. Het maakt mij tot wie ik ben. Ik kan er bovendien niet voor kiezen verliefd te worden op een man. Op het moment dat een ander gaat bepalen wat ik hier wel en niet mee mag doen, neemt de ander mij een stukje identiteit af. Hier valt respect weg, doordat het onderwerp van de meningsuiting de identiteit van een ander betreft.

Ik kan dus concluderen dat naar mijn mening, een meningsuiting geaccepteerd is zolang deze gepaard gaat met respect. Respect is aanwezig als de meningsuiting enkel betrekking heeft op de persoon zelf, en vaak ook als het onderwerp van de (met name negatieve) meningsuiting niet te nauw gelinkt is aan de identiteit van een ander. Het respect valt weg zodra de meningsuiting zodanig is dat er geen ruimte meer is voor de mening van een ander, of een ander in zijn identiteit wordt aangevallen. Naar mijn mening gaat de meningsuiting dan een stapje te ver en moeten we dat zoveel mogelijk vermijden.

 

Leesjaar 2019

2019 was een goed leesjaar voor mij. Ik las maar liefst 69 boeken, veel meer dan normaal is voor mij. Daarnaast ontdekte ik in 2019 het luisterboek. Het luisterboek maakte het mogelijk te ‘lezen’ als ik daar eigenlijk te moe voor was, of om tijdens het ‘lezen’ ook nog iets anders te doen (poetsen, legpuzzel maken, Nederland borduren, etc.). Aan het einde van het jaar is het altijd leuk om even terug te blikken en de topboeken van mijn leesjaar uit te lichten.

 De toppers van 2019

Al vroeg in het jaar las ik Papegaai vloog over de IJssel, van Kader Abdolah, omdat dit verhaal zich afspeelt in de regio waar ik nu ongeveer een jaar woon. Een prachtig geschreven verhaal over vluchtelingen die worden opgenomen in een dorpsgemeenschap aan de IJssel en proberen daar te aarden.

Nog maar kort geleden las ik Goat Mountain, van David Vann. Dit gaat over een elfjarige jongen die met zijn vader, grootvader en familievriend Tom elk jaar gaat jagen. Dit jaar zal hij zijn eerste hert gaan schieten, maar eenmaal op het landgoed, ziet de vader een stroper in het vizier van zijn geweer. Hij laat de jongen door het vizier kijken en dat heeft catastrofale gevolgen. Mooi aan het boek vond ik de subtiele wijze waarop conflicterende emoties als schuld, loyaliteit, haat, liefde en onmacht tot uitdrukking komen in de handelingen van de verschillende personages.

Van Jaap Robben las ik Zomervacht en ben ik bezig met Birk. Zomervacht gaat over een dertienjarige jongen die met zijn vader in een caravan woont en in de zomer voor zijn gehandicapte broer moet zorgen. Birk speelt zich af op een afgezonderd eiland met drie huizen, en draait om een jongen wiens vader verdrinkt. Beide boeken zijn prachtig geschreven vanuit het perspectief van een kind.

Van Rob van Essen las ik het prijswinnende boek De goede zoon. Het kleine drama bij de kassa van de supermarkt trok mij meteen met een glimlach het boek in. Het verhaal speelt zich af in de toekomst, maar het verhaal zelf is uiteindelijk slechts een decor om het eigenlijke verhaal van de hoofdpersoon en zijn relatie met zijn moeder te vertellen.

Tot slot mag Zondagskind van Judith Visser hier niet ontbreken. Dit verhaal wordt verteld vanuit het perspectief van een meisje met Asperger, in een tijd waarin hier nog niet veel over bekend was. Het verhaal laat heel mooi zien hoe we verwachten dat iedereen meedraait in het systeem zoals we dat bedacht hebben en hoe moeilijk dat is als je anders in elkaar steekt dan de meeste mensen.

De series van 2019

Series zijn best wel bepalend voor en leesjaar, want je leest immers niet één, maar meerdere boeken. Niets is leuker dan na het uitlezen van een boek verder te kunnen lezen in hetzelfde verhaal, maar dan net anders. Series zijn er in veel soorten en maten en ik las in 2019 delen van een aantal hele verschillende series.

Allereerst las ik de thrillerserie van M. J. Arlidge. Een heerlijke spannende serie, waarvan ik de meeste boeken in een paar dagen uitgelezen heb. In 2020 verschijnt er gewoon weer een nieuw deel!

Een totaal andere serie is die van Lucinda Riley. De zeven zussen had ik al vaak in de boekwinkel zien liggen voordat ik besloot er ook maar eens aan te beginnen. De boeken zijn een beetje sprookjesachtig, lezen lekker weg en zijn deels historische romans omdat in de zoektocht van de adoptiezussen naar hun biologische achtergrond het verhaal van de voorouders wordt verteld. Ze behoren niet tot mijn absolute favorieten, maar zijn wel nieuwsgierig en zorgen voor een heerlijk stukje ontspanning.

Van de derde serie heb ik twee delen gelezen: Het Bureau van J. J. Voskuil. Deze klassieker van zeven delen gaat over Maarten Koning die op Het Bureau werkt en onderzoek doet naar Volkscultuur. De serie gaat over hoe mensen op hun werk met elkaar omgaan en vooral ook over een hoofdpersoon die eigenlijk geen carrière wil maken. Verder gebeurt er eigenlijk bar weinig, maar het is zo mooi geschreven dat dat echt niet uitmaakt.

De echte topper van 2019

Mijn boek van het jaar is deel 1 van de serie: De Aardkinderen van Jean M. Auel. Ik stuitte erop in de kringloop, en het idee van een verhaal over een meisje dat 35.000 jaar geleden als enige overblijft na een aardbeving en door neanderthalers in hun stam wordt opgenomen, sprak me aan. Deel 1, De stam van de Holebeer, vond ik zo mooi, omdat het meisje door haar anders zijn steeds onbedoeld de gebruiken en ideeën van de stam op scherp zet. Zo mogen vrouwen niet jagen, maar het meisje leert zichzelf in het geheim met een slinger omgaan. Als een jongetje gegrepen wordt door een roofdier, doodt ze het beest met twee stenen. En dan ontstaat er meteen een probleem, want volgens de regels en gebruiken moet het meisje nu de doodvloek krijgen, maar ze heeft wel het leven gered van het jongetje. Hoewel ik deel 2 iets minder vond, omdat het meisje hierin de stam verlaat en lange tijd in eenzaamheid leeft, kijk ik uit naar deel 3, omdat zij dan naar een mensenstam zal gaan.

Al met al was het een mooi leesjaar en kijk ik uit naar de boeken van 2020!

Reading Challenge 2020

Wie van lezen houdt, kent waarschijnlijk de boekencommunity Hebban wel. Behalve dat je hier verwachte boeken, populaire boeken en eigenlijk ook alle andere boeken kunt vinden, kun je via Hebban meedoen aan een Reading Challenge. Die kun je invullen zoals jij het wilt. Bij de challenge geef je aan hoeveel boeken je wilt lezen in het kalenderjaar. Dat kunnen er 100 zijn, maar 10 is ook goed. Hebban verzint daar ook allerlei categorieën bij. Daar hoef je niets mee te doen, maar als je het leuk vindt, kun je de uitdaging aangaan om in elke categorie een boek te lezen.

Tot nu toe heb ik zelf alleen nog maar meegedaan aan de challenge van het aantal boeken. Hoewel ik het erg leuk vind om ook op inhoud een challenge te doen, heb ik dat tot nu toe gelaten omdat de categorieën die Hebban koos me niet altijd even sterk aanspraken. En toen bedacht ik dus dat ik natuurlijk ook gewoon mijn eigen challenge kan maken voor 2020.

Komt ‘ie!

Het aantal boeken

Natuurlijk is het handig om eerst te bepalen hoeveel boeken ik in 2020 wil gaan lezen. In 2019 heb ik er meer dan 60 gelezen (komt natuurlijk nog een leuk blogje over), maar ik weet dat dit voor mijn doen best veel is. Meestal eindig ik ergens tussen de 40 en de 50. Het gaat dan wel om een uitdaging, maar ik vind het voor een hobby niet nodig om het mezelf erg lastig te maken en heb daarom besloten om in 2020 voor 50 boeken te gaan. Dat is reëel en toch enigszins een uitdaging.

Van de 50 boeken die ik ga lezen, wil ik ook een deel volledig vrije keus hebben en dus niet binden aan categorieën. Ik ga er daarom in mijn Reading Challenge vanuit dat ik van 25 boeken vooraf de categorie ga bepalen. De rest laat ik open.

De categorieën

  1. Minimaal 10 uit eigen kast (1-10)

Mijn boekenkast is het afgelopen jaar best wel aangevuld met boeken, veelal gevonden in de kringloopwinkel. Nu ben ik ook een frequente bezoeker van de bibliotheek en omdat die een leentermijn hanteren, gaan die boeken vaak toch weer voor. Boeken kopen doe je natuurlijk om ze te lezen en dus ga ik in 2020 minimaal 10 boeken uit eigen kast lezen. Ik zal in elk geval een boek lezen van elk van de volgende auteurs: Oek de Jong, Connie Palmen, Gabriel Garcia Marquez en Lulu Wang.

  1. Serie Q (11)

Nu ik dacht aan het einde te zijn van de Helen Grace-serie van M. J. Arlidge (er blijkt toch nog een volgend deel uit te komen…) wil ik gaan beginnen met de Serie Q van Jussi Adler-Olsen. Hiervan las ik ooit al eens het eerste deel en ik weet eigenlijk niet zo goed waarom ik vervolgens deel 2 niet heb gepakt. Een heerlijke thrillerserie, nu al zin in!

  1. Minimaal 5 nieuwe schrijvers (12-16)

Nieuwe schrijvers ontdekken is leuk. Het bezorgt je verrassingen en zorgt er soms voor dat je je boekenlijst weer flink kunt uitbreiden. Nieuwe schrijvers hoeven niet per se debutanten te zijn. Het kunnen ook schrijvers zijn waar je nooit een boek van hebt gelezen. Van de 5 boeken die ik in deze categorie wil lezen, wil ik minimaal twee nieuwe debuten lezen en een boek van een schrijver die al veel op zijn naam heeft staan.

  1. Een klassieker (17)

Klassiekers zijn dat niet voor niets. Hoog tijd om die te gaan lezen.

  1. Minimaal 2 historische of maatschappelijke boeken (18-19)

Alleen maar romans en thrillers is ook zo fictief. Daarom ga ik ook twee boeken lezen over iets maatschappelijks. Wat precies? Geen idee, maar In Europa van Geert Mak ligt in elk geval nog te wachten.

  1. Biografie (20)

Wat ik eigenlijk nooit lees zijn biografieën of levensverhalen. Dat wil ik graag een keer proberen.

  1. De Tweede Wereldoorlog (21)

Er zijn veel mooie boeken over de Tweede Wereldoorlog en toch lees ik dat bijna nooit. Daarom komt ook deze op de lijst.

  1. Het DWDD panel (22)

Elke maand wordt in De Wereld Draait Door een boekenpanel gehouden, waarin vier boeken worden aanbevolen. Vaak zijn dit goede boeken, bijna altijd zit er in elk geval wel één boek tussen dat ik graag wil lezen. We weten natuurlijk niet hoelang Matthijs nog door blijft draaien, maar vast nog wel lang genoeg om een paar mooie boeken aan te laten bevelen.

  1. CPNB Top 10 (23)

Er worden natuurlijk veel toplijsten gemaakt qua boeken, maar die van CPNB is wel het meest bekend. Daar staan ook vaak wel boeken in de top 10 die zeer de moeite waard zijn. Ook hiervan komt er dus minimaal eentje in mijn challenge.

  1. Een boekenweekgeschenk (24)

Ik lees ze eigenlijk zelden, die hele dunne boekjes waar je gratis een dag mee de trein in mag. En daarom mag ook deze categorie niet ontbreken in mijn challenge.

  1. Juli Zeh (25)

Ja, dat klinkt als een categorie van ‘ik weet het niet meer dus ik begin maar met een schrijver’. Maar dat is het niet. Ik heb van Juli Zeh ooit een heel mooi boek gelezen: Ons soort mensen. Een boek over verhoudingen in een dorp, geschreven vanuit verschillende perspectieven, die elk en eigen licht werpen op wat er gaande is, en vooral ook op elkaar. En nu kwam ik er dus achter dat ik het afgelopen jaar helemaal niets van Juli Zeh gelezen heb. Dat kan gewoon niet nog een jaar gebeuren.

 Tot slot

De bovengenoemde categorieën zouden natuurlijk heel goed kunnen overlappen. Ik heb bijvoorbeeld nogal wat boekenweekgeschenken in mijn boekenkast staan, en ook boeken van schrijvers waar ik nog nooit iets van heb gelezen. Een boek uit de CPNB top 10 kan ook door het DWDD boekenpanel worden aanbevolen, en een biografie kan best over de Tweede Wereldoorlog gaan. Gelukkig bepaal ik mijn eigen regels en overlap is gewoon toegestaan.

Rest mij nog de belangrijkste vraag: wat ga jij lezen in 2020? Wil je een challenge doen? Doe je mee met mijn challenge, de challenge van Hebban, of maak je gewoon lekker je eigen challenge? Alles is goed en alles mag, maar het is wel erg leuk om een profiel aan te maken op Hebban en daarin bij te houden welke boeken je hebt gelezen!

Veel leesplezier in 2020!

Het vergeten boek

Ik zit met een probleem. Een heel, heel groot probleem. En omdat het de week van het vergeten boek is, is dit misschien wel een goed moment om dit probleem met jullie te delen.

In de ‘week van het vergeten boek’ is het de bedoeling dat je een boek leest waarvan je bent vergeten dat je het hebt, of wat ook mag, dat je het niet vergeten bent, maar dat je er tot nu toe niet aan toe kwam om het te lezen. Maar mijn probleem gaat niet zozeer over de boeken die ik heb. Of nou ja, misschien wel een beetje.

Kijk, ik heb een boekenkast met negen planken. Of eigenlijk zijn het drie kasten met elk drie planken, maar omdat ze naast elkaar staan en alle drie Billy heten, noem ik het één boekenkast. Vorig jaar, toen ik de boekenkast kocht, kon ik zeven van de negen planken vullen. Inmiddels heb ik ongeveer een plank aan boeken afgedankt en weggedaan, maar toch staan alle negen planken nu vol met boeken, voornamelijk pareltjes uit de kringloopwinkel.

Maar zoals gezegd, het probleem zit maar een beetje in mijn fysieke boekenkast. Naast die fysieke kast heb ik ook nog een digitale boekenkast, waar nog zo’n 40 e-books in staan. Maar ook dat is nog maar een klein stukje van mijn probleem. Ik heb namelijk ook nog een boekenplank in Hebban, waar de boeken op staan die ik wil lezen. Die boeken staan er niet letterlijk, het is alleen maar een wensenlijstje. En het aantal boeken dat daarvan af gaat is nog niet helemaal in balans met het aantal boeken dat erbij komt.

Die boeken die op dat wensenlijstje staan, die staan fysiek in de bibliotheek. Ook wel in de boekwinkel natuurlijk, of in de kringloop, of met een beetje geluk staan ze al in mijn kast. Maar meestal ga ik ervoor naar de bibliotheek. Als ik daarnaartoe ga, dan kies ik niet voor de klein bibliotheek in de wijk, maar voor die met twee verdiepingen in de binnenstad. Met kasten vol met boeken. Duizenden boeken. En vaak kom ik dan dus weer thuis met boeken die helemaal niet tussen de boeken van mijn ‘wil ik lezen’ boekenplank stonden, maar die ik blijkbaar toch ook wil lezen.

Alsof dat nog niet genoeg is, krijg je als lid van de bibliotheek ook nog gratis toegang tot tal van e-books en luisterboeken. En als je moe bent, is er niets fijner dan voorgelezen te worden.

Nu denk je natuurlijk: ga dan lezen, dan lost het probleem zich wel op. Maar dat is het punt dus. Ik lees best veel, maar gemiddeld 50 boeken per jaar is wel ongeveer de max. Dus stel dat ik 80 wordt, dan kan ik nog 2600 boeken lezen. En op zich klinkt dat overkomelijk, ware het niet dat al die schrijvers maar door blijven gaan. Elk jaar weer nieuwe pareltjes. Elke maand kiest het DWDD boekenpanel wel weer een boek dat op mijn ‘wil ik lezen’ plank belandt.

Dus heel leuk hoor, zo’n week van het vergeten boek, maar waar moet ik beginnen?

Heb jij dat ook wel eens, dat je iets wilt doen of iets wilt bereiken, maar het je maar niet lukt daarin een eerste stap te zetten? Of dat je wel een stap zet, maar snel weer stopt omdat het niet gaat zoals je had gehoopt? Ik hoop het wel, want volgens de MOOC ‘Learning how to learn’ ben je dan een heel normaal persoon. Uit onderzoek blijkt namelijk dat, zelfs als je het onderwerp of de opdracht leuk vindt, het vaak negatieve gevoelens oproept om met iets te starten. De niet-uitstellers zetten die negatieve gevoelens aan de kant en gaan op wilskracht aan de slag.

De reden dat we het lastig vinden met een klus te beginnen, is dat we de focus hebben op het resultaat. Als we de stappen allemaal doorlopen, bereiken we het doel. En als we het doel halen, is het klaar. De stappen die je moet zetten, worden zo iets dat je moet doen, iets waarvan je ook nog eens niet precies kunt overzien hoeveel tijd en moeite het kost, waardoor je jezelf makkelijk voor de gek kunt houden. Die twee hoofdstukken leren of dat ene memo schrijven, dat lukt heus nog wel als ik vanavond om 9 uur begin.

Het doel, het resultaat dat je nastreeft is vaak een stukje van een grotere ambitie. Je doel is bijvoorbeeld het tentamen halen, maar de onderliggende ambitie is dat je over voldoende kennis en vaardigheden wilt beschikken om het beroep te kunnen uitoefenen. De ambitie geeft je (hopelijk) energie, maar een doel hoeft dat niet te geven.

Het kan volgens de MOOC helpen om de focus te verleggen naar het proces. Het proces is het verloop van tijd en wat je in die tijd doet om je uiteindelijke doel te halen. De focus op het proces stelt je in staat routines te ontwikkelen, routines die als bij-effect hebben dat je het product oplevert, het resultaat haalt. Een routine kan bijvoorbeeld zijn dat je inplant wanneer je met iets bezig gaat en op dat moment je afsluit voor afleidingen en volledig geconcentreerd aan de slag gaat. Je probeert niet als een gek de twee hoofdstukken erdoor te jassen, maar gaat in opperste concentratie bezig je de kennis en vaardigheden eigen te maken.

Toen ik het onderscheid tussen product en proces leerde, besloot ik dit meteen toe te passen op mijn blog. Die wilde ik al een tijdje nieuw leven inblazen, maar het lukte steeds niet. Ik begon met schrijven, maar stopte na een paar zinnen of alinea’s. Ik had weinig inspiratie, het schrijven lukte niet en er kwam steeds geen blog. En dat voelde best vervelend. Mijn doel bleef wel staan, maar ik besloot de focus te verleggen naar het vinden van een routine van regelmatig schrijven aan teksten, die eventueel een blog kunnen worden. Een paar uur later stond de eerste blog al online.

Het mooie aan de focus op het proces is dat je het oordeel weglaat. Alles wat ik schreef was prima, want het hoefde toch geen blog te worden. Ook als het geen blog was geworden, was het goed geweest, want ik had me alleen maar voorgenomen een bepaalde tijd er geconcentreerd mee bezig te gaan. Daardoor was ik meer ontspannen aan het schrijven en haalde ik als bijproduct mijn doel: de blog.

Op individueel niveau kan ik veel met deze tip, maar ik begon me ook af te vragen of we hier in organisaties ook meer mee zouden kunnen. Google is een mooi voorbeeld van een bedrijf dat de focus op het proces stimuleert, door naar eigen zeggen geschifte doelen te stellen die onmogelijk te halen zijn en door werknemers 20% tijd voor hobbyprojecten te geven, die niets hoeven op te leveren, maar juist vaak leiden tot verrassende innovaties. De focus hebben op het doel wordt dan lastig, omdat het doel niet haalbaar is. De focus op het proces wordt mogelijk omdat dit goed gefaciliteerd wordt, door wel te verwachten dat men actief met iets bezig gaat, maar niet te verwachten dat dit ook iets oplevert.

Ik ben wel benieuwd wat er zou gebeuren als we meer aandacht richten op het proces en minder naar resultaten gaan kijken. Want uiteindelijk wordt je natuurlijk afgerekend op je resultaten. Richten op het proces betekent dat je dit toch een beetje moet loslaten, als het goed is met als gevolg dat je resultaten vergroten. Ik ben er nog niet precies over uit hoe dit er in de praktijk uit zou kunnen zien, maar vanaf nu zal ik in elk geval meer oog hebben voor het proces en hoop ik door bewust de aandacht daarop te richten, bij te dragen aan mooie ontwikkelingen.

Brandhout gezocht!

brandhoutHet is alweer een paar jaar geleden dat het vuurtje is gedoofd. Het hout raakte langzaam op en op zeker moment stopte het vuur met branden. Al een tijdje probeer ik het vuur weer te ontsteken en vandaag heb ik eindelijk weer een kleine vlam weten te produceren. Een kleintje, maar toch.

Ik heb het natuurlijk over mijn blog. Vroeger ging dat allemaal zo makkelijk. Het ene onderwerp na het andere dook op, ik hoorde gesprekken in de trein of op straat, ik zag iets gebeuren dat mij opviel of ik las iets in de krant dat me aan het denken zette. Het duurde nooit lang voordat het onderwerp vertaald was naar een blog. En toen ik laatst die oude blogs teruglas, vond ik ze nog best aardig ook.

Waar het aan heeft gelegen weet ik niet precies. Het vuurtje begon te doven in de periode dat ik startte met werken. Daar was ik natuurlijk druk mee, dus er bleef minder tijd over. Daarnaast behoorden vanaf dat moment mijn ritjes met de trein tot het verleden. De trein is een plek waar je interessante gesprekken kunt afluisteren zonder dat het opvalt. Dat vormde een grote inspiratiebron voor mijn blogs. Maar er was ook nog iets anders dat meespeelde. Ik werd me bewuster van het feit dat alles dat ik publiceer door iedereen te vinden is. Je hoeft alleen mijn naam te googelen en je stuit vanzelf op mijn blog. Collega’s en andere werkrelaties, kunnen dus ook alles lezen wat ik schrijf, en op zich maakt dat niet uit, maar toch voelde het alsof er een extra filter over mijn blogs moest. Want hoe persoonlijk wil ik schrijven als ook die externe relatie waar ik morgen een afspraak mee heb, het kan lezen?

De combinatie van deze factoren heeft op een bepaald moment geleid tot het op een laag pitje zetten van mijn blogcarrière. En dat pitje stond zo laag dat het vuur niet kon blijven branden. Om me heen zweven nog voldoende onderwerpen, ik hoor gesprekken, ik zie van alles, ik heb een abonnement op de krant, maar het lukt me niet meer om de onderwerpen als inspiratie te gebruiken en er een blog van te maken.

Ik vind het hoog tijd worden het vuur weer aan te steken. Deze blog is daarin het startpunt. Ik wil weer over van alles en nog wat gaan schrijven, ook over onderwijs-gerelateerde onderwerpen, wat mijn vakgebied is en wat ik ook wil gaan delen op LinkedIn. En ja, dat vind ik best spannend, maar een leven zonder spannende dingen is ook maar saai. Ik hoop dat ik heel snel na deze blog weer een nieuwe blog plaats, een echte, met inhoud.

Ik heb alleen nog één klein probleempje. Ik heb nog geen hout. En zonder hout blijft het vuur niet branden. Ik heb onderwerpen nodig, thema’s, inspiratie om op gang te komen. En als het vuur eenmaal goed brandt, dan zit zo de vlam weer in de pan.

Help jij mee met hout sprokkelen? Laat je blokjes hout achter in de reacties!

Bijna aan het eind gekomen van de serie van Nicci French, besloot ik met de zogenaamde ‘Zweedse Nicci French’ te beginnen. Mijn verwachtingen van Lars Kepler waren hoog: Scandinavische thrillers schijnen erg goed te zijn en Kepler’s eerste deel, hypnose, was meteen een internationale bestseller. 

Het is niet moeilijk in het verhaal te komen. Het boek begint met de gruwelijke moord op de familie Ek: de vader is vermoord bij het sportveld, de moeder en twee kinderen worden thuis aangetroffen. De vijftienjarige Josef blijkt de aanslag overleefd te hebben en wordt zwaargewond naar het ziekenhuis gebracht. Omdat het leven van de oudere zus gevreesd wordt, schakelt commissaris Joona Linna hypnotiseur Erik Maria Bark in. Erik heeft tien jaar daarvoor het hypnotiseren achter zich gelaten, maar gaat overstag. De hypnose levert iets anders op dan verwacht en daarmee lijkt de ontknoping zich al aan te dienen, terwijl je nog niet eens op eenderde van het boek bent. 

Dan wordt de zoon van Erik en Simone Bark, Benjamin, ontvoerd. Er wordt eerst uitgegaan van een link met de moord op de familie en als lezer ga je daar ook vanuit, want als die link er niet zou zijn, verwacht je niet dat dit verhaal zo sterk uitgewerkt zou zijn. Er is ook een verhaallijn over kinderen die zich Pokémonfiguren noemen en in het kader daarvan zeer gewelddadig zijn tegenover anderen en hen van alles aftroggelen. Benjamin is daarbij betrokken geweest. En er is het verleden van Erik als hypnotiseur. 

Het verhaal is wel spannend en ik heb ook geen moment de neiging gehad te stoppen, maar aan het eind gekomen vind ik het onbevredigend. Je blijft nieuwsgierig naar wat nu het verband is tussen al die verhaallijnen, maar uiteindelijk blijkt dit verband er nauwelijks te zijn. Slechts één verhaallijn is echt relevant voor de ontknoping. Daarmee hangt het verhaal eigenlijk samen aan toevalligheden en dat is niet echt geloofwaardig, gezien de mate van geweld die in alle drie de verhaallijnen voorkomen. Ook in kleinere dingen is de geloofwaardigheid ver te zoeken. Zo wil Erik zijn schoonvader Kennet niet betrekken bij de vermissing van Benjamin. Er speelt iets tussen die twee, maar wat precies en waarom blijft onduidelijk. Kennet zou Erik overal de schuld van geven, bijvoorbeeld dat Benjamin de bloedstollingsziekte hemofilie heeft. Maar dit is een erfelijke ziekte op het X chromosoom, die een zoon dus altijd via de moeder krijgt en niet via de vader. Eerst denk je nog dat daar meer achter moet zitten en dat lijkt ook even het geval te zijn, maar de eindconclusie is dat de schrijver hier niet van op de hoogte is geweest. 

Daarnaast zijn de personages niet uitgediept. Erik Bark mag dan verslaafd zijn aan slaaptabletten, qua persoon kan ik hem niet onderscheiden van Joona Linna en dat geldt eigenlijk ook voor de vader van Simone, gepensioneerd commissaris Kennet. Josef Ek en zijn zus Evelyn zijn beter uitgediept, maar die zijn voor het verhaal uiteindelijk niet zo relevant. 

De Zweedse Nicci French? Echt niet. Nicci French heeft sterke personages, sterkere verhaallijnen en is over het geheel een stuk geloofwaardiger. Ik heb inmiddels wel begrepen dat de latere boeken van Kepler beter zijn, maar ik ben er wel even klaar mee. Voorlopig  voor mij geen Lars Kepler meer. 

Vakantie in Sprookjesland

Vooraf had ik van twee mensen foto’s gezien, verhalen gehoord, erover gelezen, op willekeurige plekken op Google Streetview gekeken. Alles bevestigde dat we de juiste vakantiebestemming hadden gekozen. Slechts een enkeling vroeg zich af hoe we het in ons hoofd haalden naar een koud land als IJsland te gaan in de zomer, maar er bestaan warme kleren tegen kou. We hadden dus hoge verwachtingen. En toch ging deze reis onze verwachtingen ver te boven!

We hadden een prachtig programma voor onszelf bedacht: een aantal dagexcursies en een meerdaagse wandeltocht door het binnenland. Op die manier zouden we veel van het land te zien krijgen, maar ook de gelegenheid krijgen in de natuur te zijn. Die combinatie bleek heel goed te werken!

Een paar hoogtepunten op een rijtje:

De geisers en hot springs zijn fascinerend. Er zijn er veel van in IJsland, sommige geven een damp af en sommigen zijn voortdurend in beweging. Eentje spuit om de ca. 10 minuten een straal kokend heet water de lucht in. Het stinkt naar rotte eieren, maar het is overweldigend mooi. Veel hotsprings zijn te heet, maar in sommige kun je zwemmen. Bij onze laatste hut, na vier dagen wandelen, hebben we in zo’n hot tub gezeten, echt heerlijk! DSC_0115

In het bergachtige landschap ontdek je hier en daar al snel een gletsjer. Wij wandelden vier dagen langs een gletsjer, zo mooi om te zien! We hebben zelfs gevaren op het gletsjermeer, water waar ijsschotsen uit de gletsjer in drijven. En we hebben 1000 jaar oud ijs gegeten van de gletsjer. Het gletsjermeer was het mooiste dat we tijdens de vakantie hebben gezien!

DSC_0886

Natuurlijk zijn er ook veel watervallen. De Gullfoss was de eerste die we bezochten. Ik hoor nog het geluid van het ruizen van het water, hoe het water zijn weg baant tussen de rotsen door naar beneden en de damp die opstijgt door het kletteren van water op water. Veel watervallen zagen we vanuit de bus en tijdens onze wandeling. Op de laatste dag hebben we er nog twee bezocht: De Skogafoss en de Seljalandsfoss. Beide waren om hun eigen reden erg bijzonder. De eerste leverde door het spattende water in combinatie met een heerlijk zonnetje een prachtige regenboog op, heel fel, en als je op de juiste plek stond, zo rond als een gesloten cirkel. De tweede waterval was eentje waar je om heen kon lopen.

IMG_1229

Gullfoss


DSC_0705

Regenboog bij Skogafoss


IMG_1891

Achter de waterval Seljalandsfoss

Op onze tweede dag in IJsland werden we ergens in the middle of nowhere gedropt. Er was verder niemand, er was geen huisje in de buurt. Alleen wij en een zwerm muggen die maar moeilijk afscheid van ons konden nemen. Er was wel een bordje waar netjes op stond welke kant we op moesten om bij onze hut te komen. Dat was de start van onze vierdaagse wandeltocht, waar we ontzettend van genoten hebben.

Ik kwam erachter dat ik backpacken heel leuk vind. Je voelt natuurlijk wel het gewicht van de tas, je voelt de vermoeidheid en spierpijn in je benen, maar je krijgt er ook heel veel voor terug. Je bent één met de natuur, beleeft de natuur. Veel dingen die we de rest van de vakantie deden, waren heel toeristisch. De wandeltocht was genieten van de geluiden van de natuur, de stilte, geen auto’s in de buurt, een enkele wandelaar, schapen die door rivieren waden en wegrennen als je eraan komt, stromende beekjes, zoeken naar een pad, goed kijken waar je je voeten neerzet, riviertjes oversteken, slapen in hutten, eentje zelfs zonder stromend water en een gat in de grond als toilet. Dichtbij de bergen, sneeuw die je nog net niet bijna kunt aanraken, lavavelden, bloemetjes die je nog nooit eerder hebt gezien, een enkele fluitende vogel.

IMG_1261

IMG_1265

IMG_1286

Onze eerste hut

DSC_0199

DSC_0215

Onze derde hut, zonder stromend water


DSC_0223

Riviertje oversteken

We zagen dieren die we normaal niet zien of anders alleen in de dierentuin. Een haai (wat heel bijzonder is, die wordt niet vaak gespot), dolfijnen en papagaaiduikers (vogel die vooral in IJsland leeft) in de Atlantische Oceaan. Zeehonden die lekker luieren aan de Westkust. Heel bijzonder, al zochten we eigenlijk de walvis, maar die liet zich maar zo kort zien dat wij er geen glimp van konden opvangen.

IMG_1735

Papagaaiduiker


DSC_0418

Zeehonden langs de Westkust


DSC_0601

Een haai


DSC_0650

Een paar van de vele dolfijnen die in het water sprongen

We zijn bij de prachtige Westkust geweest met hele mooie stranden en rotsformaties. Hier zijn we ook in een lavagrot geweest, waar we op een gegeven moment alle zaklampen uitdeden en stil waren. Zo indrukwekkend om helemaal niets te zien, ook niet een heel klein beetje en ook niet als je even wacht en went aan het donker, en niets anders te horen dan het geluid van de grot: druppen die op de grond vallen.

IMG_1574

De Westkust


IMG_1655

Een strandje aan de Westkust

Natuurlijk zijn we ook nog een rondje door Reykjavik gelopen en dan kun je de grote Lutherse kerk natuurlijk niet missen. DSC_0318 (2)

Al met al hebben we een hele mooi vakantie gehad. Ik had vaak het gevoel in Sprookjesland te zijn. Wat niet zo vreemd is met alle sagen en volksverhalen die we gaandeweg de vakantie hebben gehoord en het idyllische landschap. IJsland is een prachtig land, wat ik iedereen zou aanraden als vakantiebestemming en waar ik vast en zeker in de toekomst nog eens een kijkje ga nemen!

 

 

4 mei voor mij

Het was even een trend op social media: aangeven of het wel of niet een 4 mei voor jou was. Het begon met iemand die vond dat de dodenherdenking te veel gericht was op de witte geschiedenis, en daarom scheef ze: ‘Geen 4 mei voor mij’. Massaal werd daar op gereageerd, door mensen die het ermee eens waren en door mensen die als tegenzet ‘Wel 4 mei voor mij’ posten.

Het zou enigszins hypocriet zijn als ik zou zeggen dat het herdenken van de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog mij veel zegt. De afgelopen 25 keren dat het in mijn leven 4 mei was, heb ik eerlijk gezegd niet al te veel stilgestaan bij deze slachtoffers. Dit komt deels doordat het ver van mij afstaat: toen ik werd geboren was Nederland al 45 jaar vrij, maar het komt ook doordat ik me er lange tijd niet in heb willen verdiepen.

Miljoenenaantallen slachtoffers zeggen niet zoveel als je de personen niet kunt personaliseren. Toen ik op mijn 17e met school naar Theresienstadt ging, maakte alles wel indruk, maar realiseerde ik me echt wat zich daar had afgespeeld? Dat het echt mensen waren geweest die daarnaartoe waren gebracht, die de tunnel naar de executieplek daadwerkelijk hadden doorgelopen in de wetenschap dat ze aan het einde de dood zouden vinden?

Door verhalen van slachtoffers te vertellen, krijgen de miljoenenaantallen gezichten, maar is dat nog eerlijk tegenover de miljoenen slachtoffers die overblijven zonder gezicht, zonder verhaal? Om die reden wilde ik eerst het dagboek van Anne Frank niet lezen. Ik vond het niet eerlijk dat zij het boegbeeld was en dat daarmee alle andere (joodse) mensen werden vergeten. Toen ik het uiteindelijk wel las, realiseerde ik me dat het ook andersom werkte: door ons Anne Frank te herinneren, wordt de herinnering aan het gebeuren levend gehouden.

Nog steeds kan ik me moeilijk een beeld vormen van hoe de jaren van de oorlog zijn geweest, van de gruwelijkheden in de concentratiekampen. Nog steeds is het niet iets waar ik mijn aandacht op richt, misschien wel niet op wil richten. Ook deze 26e 4 mei zal er één zijn waarop ik niet in de eerste plaats stil sta bij de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Ja, zij streden voor onze vrijheid en ja, daar ben ik dankbaar voor, maar dat deden de slachtoffers van alle eerdere oorlogen ook.

Toch betekent 4 mei iets voor mij. Op 4 mei denk ik aan de mensen die in oorlog leven. Aan hen die uit pure wanhoop al hun geld geven aan een mensensmokkelaar. Aan hen die zich op die manier vrijwillig als dieren laten vervoeren in te volle vrachtwagens of te volle en gammele bootjes, omdat dat een betere optie lijkt dan te blijven in het oorlogsgebied. Aan hen die deze reis niet overleven. Aan hen die het wel overleven, maar vervolgens niet opgevangen worden. Nauwelijks eten krijgen. Geen hygiëne en na verloop van tijd: geen hoop.

En om dan nog even aan te sluiten bij een slachtoffer van de Tweede Wereldoorlog, Roos Derks: Het zijn er veel, de vluchtelingen, en dat maakt het lastig voor Europa ermee om te gaan. Maar stel je nu eens voor dat één van die vluchtelingen, dat jij dat bent. Hoeveel luxe en rijkdom hebben we dan nog nodig voordat we kunnen delen?

Dat is wat 4 mei voor mij betekent. Dat is waar ik vanavond aan denk.

Vorig jaar rond deze tijd ging ik overstag: ik kocht een e-reader. De reden was in eerste instantie dat de e-reader gemakkelijker mee te nemen is op fietsvakantie dan een papieren boek: je kunt er meerdere boeken opzetten, zonder dat het meer ruimte inneemt en meer weegt en de kans op beschadiging is kleiner. Uiteindelijk was er iets mis met mijn e-reader en had ik hem net niet op tijd terug om hem mee te nemen op vakantie. Na een jaar kan ik wel iets vertellen over mijn ervaringen met de e-reader: is het een aanrader of een afrader?

Een e-reader heeft een aantal voordelen: je kunt het makkelijk meenemen als je op vakantie gaat of een dagje weggaat. Het leest niet onprettig (hangt wel enigszins af van het merk en type) en je kunt goedkoper en gemakkelijker aan boeken komen. Je hoeft er niet voor naar de winkel en als je wilt kun je op meerdere manieren aan gratis boeken komen (via de bibliotheek, via kennissen of via illegale sites). Zo kreeg ik van een kennis nogal wat e-books. Daarmee had ik best een paar jaar vooruit gekund. Een ander voordeel is dat je geen dikke zware boeken op je schoot hoeft te hebben. Ook heb je geen problemen met het vinden van de pagina waar je bent gebleven, want dit wordt automatisch bijgehouden. Geen boekenlegger nodig dus.

Maar een e-reader heeft ook zeker wat nadelen. Ik kan hierin enkel afgaan op mijn eigen ervaringen, dus mogelijk gelden bepaalde nadelen niet bij andere e-readers. Een nadeel is wat mij betreft dat vooruit bladeren niet gemakkelijk gaat. Daardoor kan ik niet even kijken hoeveel pagina’s ik nog moet tot het volgende hoofdstuk, waardoor ik minder geneigd ben door te lezen tot het hoofdstuk uit is en ook om met een nieuw hoofdstuk te beginnen als ik net eentje heb uitgelezen. Ook terugbladeren gaat lastig, dus als je even iets wilt terugzoeken, is dat erg onhandig.

Een tweede nadeel is de hoeveelheid tekst die op een pagina staat. Nu kun je dat zelf instellen, maar hoe meer tekst er op de pagina staat, hoe kleiner de letters worden. Weinig tekst per pagina zorgt ervoor dat het langzamer leest, je moet meer bladeren en je komt er minder snel doorheen (tenminste, dat is mijn persoonlijke ervaring).

Een derde nadeel is waarschijnlijk inherent aan mijn e-reader: nu na een jaar loopt de batterij al erg snel leeg. Nu had ik dus ook niet meteen de allerduurste gekocht, aangezien ik niet zeker wist of ik het prettig zou vinden. De mijne koste iets van zestig euro. Bij een duurdere e-reader verwacht ik dat dit batterijprobleem er niet zal zijn.

Al met al merk ik dat ik een e-book er minder snel bij pak dan een gewoon boek. Ik doe langer over een e-book en ik vind het minder prettig lezen dan een gewoon boek. Een e-reader zou ik daarom niet aanraden als vervanger van het papieren boek, maar wel als alternatief bij vakanties of dagjes weg.

Dus…

Ik ben weer lid geworden van de bibliotheek.