Persoonlijk·Wat ik meemaak

Alleen op reis

Van ‘stoer’ en ‘spannend’ tot ‘Huh, maar wat ga je dan doen?’, de reacties op mijn vakantieplannen liepen nogal uiteen. Ik ging dit jaar namelijk alleen op vakantie, met weinig planning en met een tent en vier gevulde fietstassen op de fiets. Zelf vond ik het niet echt spannend, ik was hooguit bang dat de avonden wat lang zouden duren in mijn eentje, maar ik ging naar Drenthe en als ik het echt niet leuk zou vinden, was ik zo weer thuis.

Gelukkig was dat totaal niet aan de orde. Ik heb een boel ontdekt tijdens deze vakantie:

Dat er in Drenthe zomaar van alles voor je neus kan oversteken, een ree, een muis, een schaapskudde, een naaktslak, een mammoet of een koe. Of nee, de koeien niet, die keken mij sullig aan en bleven lekker midden op het pad staan. Een ander iets dat midden op het pad zat, was zo’n flinke stoere kerel vol met tattoos. Hij keek geconcentreerd naar iets op het pad. Ik besloot niet te bellen, maar te stoppen, nieuwgierig naar wat hij aan het doen was. Hij was bezig een kever te redden, die zomaar had besloten over te steken en natuurlijk door de eerste de beste fietser overreden zou worden.

Dat je heel snel volledig gereset bent, uit het drukke leventje naar de basics van het campingleven, waar je tent opzetten en eten halen de belangrijkste issues van de dag zijn. Ik ging me bewust niet elke dag verplaatsen, dat gaf mij meer rust en de mogelijkheid om de omgeving beter te verkennen. Ik had wel ongeveer, maar niet precies in mijn hoofd hoelang ik overal ging blijven, en dat was heerlijk, want waar het minder goed beviel vertrok ik gewoon zodra ik het daar de tijd voor vond.

Dat hunebedden ontzagwekkend zijn. Na een bezoek aan het Hunebedcentrum in Borger groeide mijn nieuwsgierigheid naar hoe de mensen duizenden jaren geleden in deze omgeving leefden. De hunebedden die ik nadien nog bezocht heb, deden me allemaal even stilstaan bij het feit dat op die plek jaren geleden mensen die stenen bouwwerken met veel inspanning en kracht hebben gemaakt, en dat dat ook betekende dat rond die plek de mensen toen geleefd moeten hebben. Maar ook de veel recentere geschiedenis van de veenkoloniën fascineerde mij.

Dat alle fietsroutes in Drenthe bijna alleen maar langs mooie paden voeren, zelfs als het op de kaart een rechte saaie weg lijkt. Weidse uitzichten, heidevelden, bossen, meren, je vindt van alles wat in Drenthe.

Dat je niet echt alleen bent als je van camping naar camping reist. De hartelijke manier van begroet worden, waarvan ik eerst dacht dat dit gewoon de Drentse aard was, tot ik merkte dat dit alleen gebeurde als ik volledig bepakt was. Het oude vrouwtje dat naast me kwam fietsen en vertelde dat ze het vroeger ook eens had gedaan met het Pieterpad en dat ik de verkeerde kant op fietste als ik naar Norg moest (‘nee hoor, ik kronkel via de fietsknooppunten, het komt goed’). De buurvrouw op de eerste camping die in een halve tent sliep omdat er steeds opnieuw een stukje van de tentstokken afbrak. De vriendelijke buurman op de tweede camping wiens koffie lekkerder was dan mijn oploskoffie. De hond op de derde camping die elke keer op me af rende zodra ik naar het toiletgebouw liep en vervolgens door zijn baasje werd teruggeroepen (sorry hoor, hij is nog jong..’).

Dat het na acht dagen in Dwingeloo, Borger en Westervelde toch ook wel gezellig was om de laatste twee dagen samen met mijn zus door te brengen op de camping in Appelscha. Het beviel me goed om alleen op pad te gaan. Samen is natuurlijk gezelliger en het is fijn om je ervaringen te kunnen delen. Maar alleen op reis gaan zorgt ervoor dat je alleen maar met jezelf en je omgeving bezig kunt zijn, waardoor je alles veel intenser beleefd. Ik ga dit dus zeker vaker doen!

Maatschappij en Actualiteiten

De kans om te bloeien

Er zat vandaag een illegale immigrant in mijn plantenbak. Tussen het gras dat mijn plantenbak overwoekerde was hij mij eerder niet opgevallen, maar toen ik vandaag bezig was dat gras los te wroeten om ruimte te maken voor wat perkgoed, stak hij ineens met kop en schouders boven de rest uit. Er zaten prachtige donkerrode knoppen in. Eentje was al opengebroken en liet een witte kelk zien.

Terwijl ik naar het plantje keek en me afvroeg of ik het moest laten staan of eruit moest trekken, dacht ik terug aan het moment deze week waarop ik even stil werd gezet. Ik was bezig met het beschrijven van de vraagstukken en ambities met betrekking tot diversiteit en inclusie binnen onze werklocatie. Ik schreef op dat uit de gesprekken met collega’s naar voren was gekomen dat onder de werknemers nog relatief weinig culturele diversiteit was. Behalve als je de schoonmakers meerekent, dacht ik er zelf bij, terwijl ik het schreef.

En ik schrok. Niet omdat ik dit nog niet wist, maar omdat het ineens tot me doordrong. Schoonmakers voeren een belangrijke taak uit en ik ken een blanke man die als schoonmaker zijn absolute passie uitoefent. Maar het is ook werk waar geen opleiding voor nodig is, en ik besefte ineens hoe schokkend het is, dat juist in dit werk er zo’n oververtegenwoordiging is van werknemers met een niet-westerse migratieachtergrond.

Hoeveel van de schoonmakers zal echt op zijn of haar plek zitten en hoeveel hebben ooit de kans gehad op een plek te belanden waar ze tot bloei kunnen komen? Ik dacht aan de jongeman uit Syrië die ik ken, die een duidelijke ambitie heeft, maar erg ontmoedigd raakt door het vooruitzicht na zijn inburgering eerst nog de entreeopleiding en de niveau-2 opleiding te moeten doorlopen voor hij mag starten op niveau 4, waar hij zonder twijfel slim genoeg voor is, maar waarvoor hij simpelweg niet aan de toelatingseisen voldoet (een Nederlands VMBO-diploma).

Als het illegale plantje in mijn plantenbak nog niet tot bloei was gekomen, had ik het zonder pardon uitgetrokken en weggegooid. Ik zou het afgedaan hebben als onkruid, dat niet bedoeld was om mijn plantenbak te bevolken. Ik zou het geen kans hebben gegeven. Nu het plantje al bloeide was ik overigens nog steeds niet overtuigd. Wilde ik het wel in mijn plantenbak hebben staan, ik had er immers niet voor gekozen deze soort te planten? En dan ook nog op die plek, ergens in het midden, maar dan weer net niet helemaal. Als ik het liet staan, zou ik er rekening mee moeten houden in het planten van de andere plantjes. Het zou een bepalende invloed hebben op de uitstraling van mijn plantenbak.

Inclusie is ook niet vanzelfsprekend. Het vraagt om aanpassing en het bieden van tijd en ruimte aan de ander om te groeien en tot bloei te komen. Maar het levert ook iets op. Volgens een plantenapp was de plant die illegaal in mijn plantenbak was gekomen een Akelei. De Akelei is een vaste plant die voor versiering veel in tuinen wordt geplant. De plant bloeit niet alleen de hele zomer, het produceert ook rijke nectar, waar kolibries, bijen en vlinders hun voordeel mee kunnen doen.

Na het bewerken van mijn plantenbak heb ik de hele middag op mijn balkon in de zon gezeten en genoten van mijn prachtige immigrantenplant, die trots uitsteekt boven de perkplantjes die er nu omheen staan.

Maatschappij·werk

Goed voorgenomen – op reis met trams

Het nieuwe jaar is traditioneel het moment om je iets voor te nemen, nieuwe doelen te stellen. Een nieuw jaar, een nieuw begin. Alle tellers staan weer op nul. En hoewel we best weten dat we over drie weken de meeste voornemens alweer laten varen, hebben we toch elk jaar weer de hoop dat het dit keer wel gaat lukken.

Goede doelen stellen is best lastig. In werkomgevingen hebben we daar een trucje op bedacht: SMART doelen. Doelen die specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden zijn. Doordat je ze zo concreet hebt gemaakt, weet je precies wat je wilt bereiken en is het makkelijker ze te halen. Hoewel smart best een slim en handig hulpmiddel kan zijn, heb ik er ook een lichte allergie voor ontwikkeld. Het nadeel van smart doelen is namelijk dat je ze zo concreet moet maken dat je het kunt meten. En niet alles wat je wilt bereiken laat zich even makkelijk meten. Daarom introduceer ik graag het omgekeerde: TRAMS.

Trams rijden volgens een vooraf bedacht strak tijdschema, met realistische tussenstops op acceptabele plekken en tijden, het is goed meetbaar of ze wel of niet op tijd rijden en ze rijden een route naar een specifieke bestemming. Trams doelen hebben alles in zich wat smart doelen ook hebben, maar ze bieden toch iets meer.

De reis naar de bestemming

Allereerst ligt direct de focus op de reis naar de bestemming, in plaats van op alleen de bestemming zelf. Het is goed te weten waar je naartoe wilt, maar minstens zo belangrijk is de reis ernaartoe. Een mooi smart doel is bijvoorbeeld dat je de klanttevredenheid wilt verhogen naar gemiddeld een 8,0. Als je dit bereikt door tegen klanten te zeggen dat alleen een 9 of een 10 betekenen dat je tevreden bent, dan kan het zomaar zijn dat je je doel gaat bereiken, zonder dat er iets is verbeterd aan de kwaliteit van je dienstverlening (ja er zijn echt bedrijven die dit doen). Of als je smart doelstelling is dat je 10 kilo afvalt in 2022, maar je dit bereikt door in het najaar een flink crash dieet te gaan inzetten. Op een gezonde duurzame manier je leefpatroon wijzigen en net niet de 10 kilo halen zou beter zijn, ondanks dat je de bestemming (nog) niet bereikt hebt.   

Overstapmogelijkheden

Een tweede voordeel van trams boven smart is dat je er alle kanten mee op kunt. Hoe goed bedacht ook, halverwege je reis kun je tot de conclusie komen dat je doel niet je bestemming is. Dat je beter eerder kunt uitstappen, een omweg kunt maken of dat je er nog niet bent als je het doel hebt behaald. Of dat je toch een totaal andere bestemming gaat kiezen. Doelen stel je op een bepaald moment met de kennis van dat moment. Een actueel voorbeeld is misschien wel de NPO-middelen die het onderwijs gekregen heeft om achterstanden weg te werken. Bleek dus best mee te vallen met die achterstanden, maar jongeren zitten wel behoorlijk in de knoop. Welzijn blijkt veel urgenter. Dus misschien kun je beter overstappen naar een andere bestemming.

Alternatief vervoer naar je bestemming

Tot slot een derde voordeel. De tram is maar één van de mogelijke vervoersmiddelen die er zijn. Je kunt ook de bus nemen, de fiets of de benenwagen. Soms zijn doelen nog wat vaag. Je hebt wel een idee in je hoofd en je wilt dat wel graag vastleggen, maar het is nog niet zo specifiek, laat staan meetbaar en in de tijd weg te zetten. Je moet er eerst een stukje naartoe lopen om te bepalen of het realistisch en acceptabel is. En soms ben je dan al zo dicht bij de bestemming dat je beter dat laatste stukje ook op de fiets of lopend kunt afleggen.  

Op ontdekkingsreis met trams

Dit jaar wil ik op ontdekkingsreis met trams. In het echt rijden ze natuurlijk maar op enkele plekken, maar virtueel kunnen we er misschien wel wat aan toevoegen. Ik weet nog niet precies wat de eindbestemming gaat zijn, het is nog niet veel meer dan een vaag idee. Daarom stap ik gewoon in en ga ik het ontdekken. Of het helpt om te denken vanuit trams, wat meer focus op de reis en op slimme alternatieven. Ga je mee op tramsreis? Je mag ook halverwege instappen of als het niet bevalt voor de eindbestemming uit- of overstappen.

Boekrecensies·Over mij

2021 in boeken

Ik durf het bijna niet te zeggen. Hoeveel boeken ik heb gelezen. Mensen kijken me vaak met open mond aan en eerlijk gezegd zou ik dat zelf ook hebben gedaan als dat had gekund. Een paar jaar geleden haalde ik met moeite de 50, maar de teller staat nu op 86 en ik verwacht er nog 87 van te maken voor de jaarwisseling. Nee, ik weet ook niet zo goed hoe ik dat doe. Behalve dat ik er gewoon zo van geniet en dat ik bij Netflix vaak halverwege aflevering 1 al afgehaakt ben en er daarom maar niet meer aan begin.

Maar andersom snap ik het ook niet. Dat mensen niet lezen. Lezen is reizen. Tijdreizen, cultuurreizen, naar de andere kant van de wereld reizen. Je mee laten nemen door iemand, je toegang verschaffen tot iemands gedachten en observaties. Ik ben in dit coronajaar zonder QR-code in Japan geweest, in Noorwegen, in Oekraïne, in Ierland, in Amerika en in Almere. In de prehistorie, de 10e eeuw, de 17e eeuw, in 1984. Op zee, in de gevangenis, in een psychiatrisch ziekenhuis, in de achtbaan en op het voetbalveld. Dus ik begrijp het nooit zo goed dat er mensen zijn die lezen niet leuk vinden en blijf maar denken dat ze gewoon de juiste boeken nog niet hebben gevonden.

Vorig jaar schreef ik over de challenge die ik mezelf zou geven. Dat was me het jaar daarvoor ook goed bevallen. De challenge van dit jaar heb ik op alle mogelijke manieren gehaald. Maar ik ga jullie daar niet mee lastig vallen. Veel leuker is natuurlijk de opbrengst. Wat waren de boeken die mij raakten en bijbleven?

Voordat de koffie koud wordt – Toshikazu Kawaguchi

Ergens aan het begin van het jaar las ik het boekje ‘Voordat de koffie koud wordt’, omdat de titel en de omslag mijn aandacht trokken. Het boek speelt zich volledig af binnen één cafeetje. Een bijzonder cafeetje, waar een geest de hele dag op een stoel zit om koffie te drinken en een keer per dag naar het toilet gaat. Op dat moment kun je op haar stoel gaan zitten, krijg je koffie ingeschonken en kun je in de tijd reizen. Er zijn een paar voorwaarden. Je kunt alleen terug naar een moment dat je zelf in het café was, want je mag niet van de stoel afkomen. Je kunt de loop van de geschiedenis niet veranderen, alleen het moment zelf kun je overdoen, en je moet terug zijn in de huidige tijd voordat de koffie koud wordt. Anders wordt je die geest die de hele dag op de stoel zit. In het boek gaan vier mensen dit aan, allemaal om hun eigen reden. Uiteindelijk draait het hele verhaal om de vraag wat je anders zou doen als je een herkansing kreeg.

Mijn broer heet Jessica – John Boyne

Toen ik de titel net opschreef, had ik er per ongeluk ‘zus’ van gemaakt. En dat is natuurlijk precies waar dit boek over gaat. Het is geschreven vanuit een jongen van 13 jaar, van wie de broer zich meer meisje voelt dan jongen. In alles kijkt de hoofdpersoon op tegen zijn grote broer en die wil hij niet kwijt. Hij wil niet dat zijn broer een zus wordt. John Boyne weet dit conflict goed te beschrijven. Het is eigenlijk een kinderboek, maar ook voor volwassenen een absolute aanrader.

De voorlezer – Bernhard Schlink

‘De voorlezer’ kwam ik tegen in het boek Papyrus van Irene Vallejo. Het trok mijn aandacht en stond in de bibliotheek. Het boekje start met een geheime verhouding tussen een jongen van 15 en een vrouw van 35. Voorlezen is een belangrijk onderdeel van hun ontmoetingen. Heel plotseling verdwijnt de vrouw uit beeld en de jongen ziet haar pas weer terug als hij voor zijn studie aanwezig is bij een proces van kampbewaaksters uit de Tweede Wereldoorlog. Zij bleek al die tijd een groot geheim te hebben, maar de jongen, inmiddels man, ontdekt dat ze eigenlijk een nog groter geheim heeft. Een geheim dat haar tot bepaalde keuzes heeft gebracht. Schuld en verantwoordelijkheid zijn twee belangrijke thema’s.

De hemelproef – Olli Jalonen

Aan het einde van het leesjaar kwam deze parel nog voorbij. Ik had hem al een tijdje in de kast staan, gekocht van mijn kerstpakket (boekenbon) van vorig jaar. Naar mijn idee is dit boek veel te weinig opgepikt. Het gaat over de achtjarige Angus, die op St. Helena woont, ergens in de 17e eeuw. Er is een wetenschapper op het eiland geweest, die heeft hem leren rekenen en voor hem klimt Angus elke avond in de slangenden om de hemel te bestuderen en telt hij overdag de vogels per soort. Angus is een slimme, nieuwsgierige jongen, maar er zijn vrijwel geen onderwijsvoorzieningen op het eiland. Het leven op het eiland wordt steeds gevaarlijker, er zijn steeds rellen en het geweld gaat ook het huis van Angus niet voorbij. Angus wordt als verstekeling op een schip naar Londen gezet om de wetenschapper, meneer Halley, een boodschap over te brengen. Dit boek is vooral zo mooi, omdat het zo ontzettend prachtig is geschreven. Je sluit Angus direct in je hart en die laat je niet zomaar meer gaan. Gelukkig heeft dit boek een deel 2 en ik hoop dat deze ook vertaald wordt in het Nederlands!

En verder?

Als de schrijver van Niets ontgaat ons niet mijn zus was geweest, had ik dat boek waarschijnlijk ook in bovenstaande rijtje opgenomen, want ook dat vond ik een prachtig boek. Maar het is wat moeilijk volledig objectief te blijven, dus heb ik er nu voor gekozen deze buiten beschouwing te laten.

Voor 2022 heb ik me laten verleiden de challenge op 85 boeken te zetten. Ik wilde het eerst op 75 houden, omdat 85 wel heel erg veel is. Maar goed, het is me al 2 jaar gelukt, dus we gaan er gewoon voor! Qua invulling beperk ik me tot minimaal 10 boeken uit eigen kast en de 10 boeken die al het langst op mijn ‘wil ik lezen’ lijst staan. Verder wil ik het fantasy genre gaan ontdekken, zodat er misschien nog wel meer werelden voor mij opengaan.

Maatschappij en Actualiteiten

Psychologiseren op de N50

Frustraties kun je soms maar het beste omzetten in nieuwsgierigheid. Anders zou dat ritje op de N50 tussen Zwolle en Kampen elke keer opnieuw nogal frustrerend zijn. De N50 is een beruchte weg. Tussen Zwolle en Kampen is grotendeels één rijbaan beschikbaar, met een aantal kleine stukjes van twee rijbanen zodat je vrachtwagens kunt inhalen. Na deze stukjes van twee rijbanen rits je weer naar één rijbaan en kom je bij Kampen, waar een behoorlijke stoet aan auto’s komt invoegen. Op de drukke momenten sta je daar dus nogal eens stil.

Als het zo druk is dat je behoorlijk onder de maximale snelheid moet rijden, heeft het weinig zin om hier te gaan inhalen, omdat je ietsje verderop moet ritsen en dus hooguit een paar auto’s kunt inhalen en 3 seconden eerder op je bestemming bent. Je zorgt er tegelijkertijd wel voor dat degenen die rechts blijven rijden jou moeten laten voorgaan. En wie rechts  blijft rijden, omdat dat in dit geval voor de doorstroming beter is, kan zich hier makkelijk aan irriteren. Maar eigenlijk is het ook best interessant.

Het is een beetje hetzelfde als niet aansluiten achteraan in de rij bij de kassa in de supermarkt, maar de rij voorbij lopen en dan vooraan verwachten dat jij wel even voor mag. Dat laatste doet (bijna) niemand, maar dat inhalen op de weg en dan verwachten dat jij vooraan mag aansluiten, vinden sommige automobilisten dus heel normaal. In de auto zie je de ander niet. Je ziet alleen een blik op vier wielen. Je weet niet of iemand man is of vrouw, of iemand er aardig uitziet of niet, je hoeft je niet te bekommeren om wat iemand van je vindt. In de supermarkt zie je elkaar. Als je daar de rij voorbij loopt om vooraan aan te sluiten, dan zie je dat iedereen je verontwaardigd aankijkt. Dan spreken mensen je mogelijk ook nog aan op je gedrag. In je auto loop je dat risico niet.

Maar er is wel meer interessant aan dit verschijnsel. Het grappige is namelijk dat het soms ook gebeurt dat iedereen gewoon rechts blijft rijden. Er zijn eigenlijk altijd twee opties: of iedereen blijft netjes in de rij staan, of veel auto’s gaan inhalen. Alsof als één iemand gaat, dat voor anderen aanleiding is om ook te gaan. We hebben niet voor niets een spreekwoord dat zegt dat er meer volgen als er één schaap over de dam is. Kuddedieren zijn we blijkbaar ook in het verkeer.

Soms gebeurt er iets bijzonders. Laatst ging bijvoorbeeld een auto langzaam op links rijden, zodat er niemand meer langs kon. Er was verderop een ongeluk gebeurt en het stond dus nagenoeg stil. Het leverde een hoop getoeter op, maar daar trok deze automobilist zich niets van aan. Het zorgde ervoor dat het in elk geval nog enigszins bleef doorrijden op de rechterbaan. Interessant dat iemand dit doet, maar vooral ook dat er dan blijkbaar alsnog mensen zijn die vinden dat zij toch voorrang hebben.

Nu ben ik dus nieuwsgierig geworden of bepaalde automerken vaker asociaal zijn dan andere. Doen Audi’s en Mercedessen dit nu vaker of juist minder vaak dan Golfjes en Toyota’s? En als we dat een beetje in beeld hebben, is het ook nog leuk om te kijken wat voor bestuurder er in die auto’s zit. Zijn het vooral mannen of vrouwen, wat ouder of juist jonger? Ik heb nu al zin in de volgende file! Doe je mee?

Maatschappij en Actualiteiten·Om over na te denken

De verkeerde trein (of niet)

Ik pakte laatst de verkeerde trein. Ik was in Nijmegen waar op spoor 1A de trein naar Zwolle al stond aangekondigd op het bord. Met mijn kiosk koffie en boek settelde ik mij op het bankje op het perron. Het duurde nog zo’n 20-25 minuten voordat de trein zou vertrekken. Er werd wel wat omgeroepen maar ik hoorde geen Zwolle dus sloeg er geen acht op. Ineens was daar de trein. Die 20 minuten gingen best snel, dacht ik nog, en stapte nietsvermoedend in. Als ik beter had geluisterd, had ik waarschijnlijk gehoord dat vanwege vertraging de sprinter naar Arnhem ertussen gepropt was op spoor 1A.

Het gebeurt wel vaker in ieders leven dat je in een verkeerde trein stapt. Ooit maakte ik de verkeerde studiekeuze. Ik begon met Psychologie omdat het me zo interessant leek, maar bedacht gaandeweg het jaar dat ik de theorie wel interessant vond, maar dat het werk als psycholoog mij niet zo aantrok. Het voelde toen als een verkeerde keuze, maar achteraf heb ik geen spijt. Ik kwam erachter wat ik niet wilde en daardoor ook wat ik wel wilde: iets met onderwijs en leren. De basis in de psychologie draag ik nog altijd mee in mijn rugzak en vind ik ook nog steeds ontzettend interessant. Het is dus maar de vraag of dit echt een verkeerde keuze was, of hooguit een afslag die mij naar mijn uiteindelijke keuze leidde.

In onze samenleving wordt de snelste route vaak gezien als de beste route. Alles is daar op ingericht. Zo snel mogelijk van A naar B als je met de trein gaat, zo snel mogelijk je diploma halen in het onderwijs. Behalve in onze vrije tijd, dan nemen we fietsend of wandelend graag een omweg omdat de kronkelpaden ons veel meer te genieten geven dan de saaie rechte weg.

Misschien is het helemaal niet zo’n slecht idee om het leven wat meer te leven alsof we wandelen of fietsen. Als we wat vaker bewust of per ongeluk de omweg nemen via kronkelpaadjes zullen we niet alleen veel meer genieten, maar ook veel waardevolle momenten meenemen.

In Arnhem kon ik overstappen op dezelfde intercity waar ik anders in Nijmegen in gestapt was. Ik was net zo laat thuis, maar de verkeerde trein bracht me mooi wel langs stations waar ik nog nooit van had gehoord. Voortaan weet ik voor altijd dat Elst tussen Nijmegen en Arnhem ligt en dat Nijmegen een station De Lent heeft. Je weet maar nooit wanneer dit soort kennis nog eens van pas kan komen.

Boekrecensies·Persoonlijk

Niets ontgaat ons

Het is al een paar weken geleden dat ik de drukproefversie van ‘Niets ontgaat ons’ mocht lezen. Ik was natuurlijk enorm nieuwsgierig, want in het proces van eerste idee tot uiteindelijke versie en alles ertussenin had ik al veel meegekregen, maar hoe dat allemaal op papier stond, wist ik nog niet. Ook het plot was nog niet helemaal verklapt, zodat het toch nog enigszins spannend was waar het verhaal naartoe zou gaan.

‘Niets ontgaat ons’ gaat over Koen, die op een afgelegen plek aan de waddenkust woont, samen met zijn ouders en gehandicapte zusje, die niet lang te leven heeft. De moeder heeft een bipolaire stoornis en de vader komt steeds minder vaak thuis. Koen neemt de zorg voor zijn zusje op zich. Hij wordt aangetrokken door het eiland dat hij vanaf het wad ziet liggen en vindt dat zijn zusje dat een keer gezien moet hebben.

Toen ik begon met lezen werd ik meteen het verhaal in getrokken. De mooie natuurbeschrijvingen van het wad doen vermoeden dat de schrijver daar is opgegroeid (wat niet zo is), en de manier waarop de onderlinge relaties en het gevoel van de personages wordt beschreven is zo beeldend en indringend dat je het voelt en dat het in je gaat zitten. Je wordt als het ware één met Koen, voelt wat hij voelt en leeft met hem mee. Je begrijpt waarom de personages de keuzes maken die ze maken en denkt tegelijkertijd: doe dat nou anders.

Ik vind dit boek niet alleen mooi omdat ik toevallig het trotse zusje van de schrijver ben. Zoals de quotes op de omslag zeggen: dit boek heeft alles in zich om prijzen te winnen. Inmiddels ligt het boek in alle boekwinkels, dus ik zou zeggen: koop, lees en oordeel zelf!

Maatschappij en Actualiteiten·Om over na te denken

Wantrouwen en complotdenken

Een paar jaar geleden leerde ik een vrouw kennen die in het dagelijkse leven alles en iedereen wantrouwde, met name de mensen die over belangrijke onderwerpen beslissingen moesten nemen. Bij elk voorstel dat werd gedaan, zag zij een verborgen agenda. Niets was wat het op het eerste gezicht leek. In eerste instantie vond ik het een leuke uitdaging om haar te laten merken dat wat zij dacht te zien misschien niet klopte, maar al snel merkte ik dat dit niet werkt als iemand alleen maar dat hoort wat in het eigen wereldbeeld past. En dat was best frustrerend, want als redelijkheid niet de basis van het gesprek is, is het lastig te bedenken waar je de speld nog tussen kunt krijgen.

Deze mevrouw is niet de enige die moeite heeft te vertrouwen dat wat een ander zegt of doet geen bijbedoelingen hoeft te hebben. Veel mensen zullen dit in bepaalde mate hebben en dat is ook gezond. Zelf heb ik het afgelopen jaar ook een zeker wantrouwen ontwikkeld richting politiek Den Haag. Ik vind het heel ongezond dat elke minister die een fout maakt meteen zijn ontslag moet indienen, maar mijn vertrouwen in een persoon keldert wel als iemand keer op keer niet eerlijk is en informatie moedwillig achterhoudt. Toch blijf ik geloven dat men probeert te doen wat het beste is voor het land.

Kritisch kijken naar andermans handelen kan omslaan in ongegrond wantrouwen, soms in extreme mate. Zo zijn er mensen die geloven dat corona een hoax is of dat Jasper S. ondanks hard forensisch bewijs en een bekentenis toch niet de moordenaar is van Marianne Vaatstra. Het wantrouwen is dan zo sterk dat er complottheorieën ontstaan. Dat corona bedacht is door machthebbers om de eigen macht te versterken en die van het volk te verkleinen. Dat een asielzoeker de moord heeft gepleegd, maar dit politiek te gevoelig lag en daarom niet bekend mocht worden. Dergelijke complotten zouden nogal wat consequenties hebben en hebben heel wat nodig om geloofwaardig te blijven, maar toch geloven mensen erin en begrijpen ze niet dat anderen het niet zien.

Toen het mij niet lukte de mevrouw te laten inzien dat er niet altijd verborgen agenda’s zijn, raakte ik gefrustreerd, maar ook nieuwsgierig. Ik ging op zoek naar wat eronder lag. Waardoor was zij geworden zoals ze was? Ze was maar al te bereid te vertellen over het onrecht dat haar was aangedaan. Hoe zij op een bepaald moment volledig afhankelijk was geweest van de beslissingen van bepaalde personen en hoe niemand toen aandacht had voor wat het beste was voor haar. Hierdoor werd haar zicht op de werkelijkheid getroebleerd door emoties en drongen redelijke argumenten niet meer tot haar door.

De vrouw was beschadigd en voerde een harde strijd. Maar juist daardoor keerden mensen zich van haar af, waardoor zij nog sterker het gevoel kreeg dat ze niet gehoord en gezien werd en dat ze haar mening op tafel moest schreeuwen.

Door deze vrouw leerde ik om anders te kijken naar complotdenkers die iets geloven dat in mijn ogen absurd is. Ik leerde dat het niet altijd waardevol is een discussie aan te gaan, maar dat je soms beter jouw mening naast die van de ander kunt zetten. Op die manier kon ik aandacht hebben voor de vrouw zelf en haar verhaal. Want dat had zij nodig.

Persoonlijk

Elke dag een flardje

Lang geleden schreef ik heel regelmatig blogs. Het was een structureel onderdeel van mijn leven en ik was voortdurend alert op kiempjes in mijn hoofd naar aanleiding van wat ik om me heen zag en hoorde. Toen ik ging werken was dat ineens snel voorbij. Was het gebrek aan inspiratie, gebrek aan tijd/energie of een soort voorzichtigheid in wat je deelt met de wereld als je niet meer een zorgeloze student bent maar een volwassen wereldburger met een baan?

Een aantal keer heb ik geprobeerd de draad weer op te pakken, maar het is nooit echt gelukt. Niet alleen met bloggen trouwens, maar met schrijven in het algemeen. Ik schreef naast blogs namelijk ook wel verhalen, gedichten en andere schrijfsels die ik niet deelde omdat ze of te persoonlijk waren, of nooit afkwamen. Vanaf dit schooljaar ben ik iets minder gaan werken, waardoor ik elke vrijdag vrij ben. Ik had bedacht dat ik die vrijdagen kon gebruiken om weer meer te gaan schrijven. Toch deed ik het niet. De weekenden en weken vlogen voorbij, maar letters kwamen niet op papier. Niet omdat er geen inspiratie was, maar simpelweg omdat ik er niet voor ging zitten.

Schrijven is voor mij een middel om zelfonderzoek te doen, thema’s te verkennen en uit te diepen, ervaringen en overwegingen aan het papier toe te vertrouwen. Schrijven is leuk en lekker, soms verhelderend, soms bevrijdend. Gelezen worden is leuk natuurlijk, maar het doel van schrijven is voor mij het schrijven zelf, dus meer dan een pen en papier pakken en ervoor gaan zitten is niet nodig. En toch deed ik het niet.

Volgens Erik Scherder kun je al in 25 dagen van gedrag een gewoonte maken. Hij had het eigenlijk over Ommetjes, maar aangezien ik heel vaak wandel met de Ommetje-app, vindt hij het vast wel goed als ik dit voor de gelegenheid even toepas op schrijven. Ik had nog een nieuw notitieboekje liggen op A5 formaat. En een paar dagen geleden zei mijn toen koortsige brein tegen mij dat het er maar eens van moest komen. Dat doet koorts soms met je, je ligt in bed omdat je een virusje hebt opgedaan en uit het niets popt de vraag bij je op waarom je nog steeds je voornemen niet hebt uitgevoerd.

En dus begon ik woensdagavond met wat ik vanaf donderdagavond ‘Elke dag een flardje’ ben gaan noemen. ’s Avonds voor ik ga slapen pak ik mijn notitieboekje erbij en begin ik gewoon te schrijven zonder te weten waar het naartoe zal gaan. Soms is dat een ervaring van de dag, soms iets wat blijkbaar in mijn hoofd zit en wat dan uit mijn pen komt rollen. Soms pagina’s lang, soms slechts enkele zinnen, het is allemaal goed.

Ik heb bedacht dat ik elke week vanuit de flardjes een blog wil schrijven. Iets dat ik die week heb opgeschreven en dat ik wil delen met jullie. Ik heb getwijfeld of ik dit nu wel moet schrijven en publiceren, want ik ben nog maar op dag 5 van 25, dus een gewoonte kan ik het nog niet noemen. Het was veiliger geweest als ik pas over 25 dagen was begonnen met de eerste blog, zodat ik zekerheid had dat het schrijven van de flardjes een ingesleten gewoonte aan het worden was. Er bestaat dus nog een reële kans op falen, maar dat maakt het ook wel spannend.

Volgende week dus weer een blog (hoop ik)!

Actualiteiten·Om over na te denken·Persoonlijk

Een wijze les van een te jonge vrouw

Als achttienjarig meisje met een vakantiebaantje in de huishoudelijke hulp, kwam ik op een dag terecht bij een vrouw van begin veertig. De meeste cliënten waren minimaal zeventig jaar, dus het was op zichzelf al bijzonder om bij een gezin met drie tienerkinderen terecht te komen. De vrouw was ernstig ziek, ze had chronische leukemie en, zoals ik drie weken later in de krant las, nog maar kort te leven.

De laatste tijd moet ik vaak aan deze vrouw denken. Aan de buitenkant zag je niet dat ze ziek was, behalve dat ze veel op bed lag te rusten. Terwijl ik haar slaapkamer schoonmaakte, vertelde ze dat als je niet zoveel meer kunt, je anders naar het leven gaat kijken. ‘Ik was afgelopen weekend naar de Action en het voelde echt als een uitje. Ik had me er vooraf zo op verheugd en ik heb er ontzettend van genoten,’ vertelde ze. En terwijl ze dat zei straalden haar ogen en lag er een blije lach om haar mond.

Ergens naar uitzien is belangrijk, las ik laatst in een artikel in de Volkskrant. Het maakt de maanden januari en februari draaglijk. De maanden waarin alle feestelijkheden weer voorbij zijn, de goede voornemens mislukken en het koud en donker is. In januari en februari maken we graag plannen, voor het voorjaar, voor de zomervakantie. Dat hebben we ook nodig, omdat we dan iets hebben om naar uit te kijken en voorpret voor te hebben.

Momenteel heeft het uitzien naar iets een extra dimensie. We verheugen ons op het leven na de pandemie, het leven waarin alles weer kan, waarin we in januari plannen kunnen maken voor onze zomervakantie en ervan uit kunnen gaan dat het doorgaat. Het leven waarin we ’s ochtends kunnen bedenken dat we zin hebben om naar een museum te gaan en een terrasje te pakken en dat dat gewoon kan. Het leven waarin we elkaar weer mogen knuffelen in plaats van met een boog om elkaar heen te lopen.

De vrouw had niet de luxe zich te verheugen op het leven na haar ziekte. Ze wist dat ze nooit meer een normaal leven zou hebben, dat ze niet meer naar al die landen zou gaan die ze nog graag had willen bezoeken, dat ze de mooie momenten in het leven van haar drie kinderen niet meer zou meemaken. Ze had alleen nog wat ze op dat moment nog kon en dat zou alleen maar minder worden. En dus verheugde ze zich op iets dat normaal gesproken klein en onbenullig is en genoot er ontzettend van.

Nu wij nog maar weinig kunnen, zakt de moed soms een beetje in mijn schoenen, bijvoorbeeld als door de invoering van de avondklok het leven nog beperkter gaat worden. Op die momenten denk ik altijd even aan de vrouw en haar stralende ogen toen ze vertelde over haar bezoekje aan de Action. En dan weet ik weer dat het een luxe is te weten dat er een tijd komt waarin we het gewone leven weer kunnen oppakken en dat het uiteindelijk niet gaat om wat er allemaal kan, maar om hoe goed je ervan kunt genieten.